





Dans wordt vaak in één adem genoemd
met
sport. Dat is begrijpelijk want
professionele
dansers leveren topprestaties.
Echter maar
weinig sporten kunnen zich
meten met de
fysieke, mentale en emotionele
eisen die de
dans stelt. In het streven naar
een perfecte
techniek en stijl gaan dansers
vaak over de
grenzen van hun capaciteiten.
Blessures zijn
het resultaat.
HET ONTSTAAN
VAN BLESSURES
Dansblessures vertonen veel
overeenkomsten met sportblessures.
De fysieke eisen die aan dansers
worden gesteld zijn echter totaal
verschillend vergeleken met de eisen
die aan sporters worden gesteld. Dat
maakt dansers tot een unieke groep.
Bij dans ligt de nadruk veel meer op
de flexibiliteit dan bij sport. De zware
repetitieve oefeningen die de danser
dagelijks doet om zijn techniek te
verbeteren of te onderhouden leiden
tot een hoge incidentie van blessures.
De meeste blessures worden
veroorzaakt door een verkeerde
techniek. Hier kan aan worden
toegevoegd dat een verkeerde
techniek vaak wordt veroorzaakt door
compensatie. Het perfecte lichaam
voor dans bestaat niet. De fysieke
beperkingen van de danser spelen
een rol in het ontwikkelen van een
imperfecte techniek.
Hieronder worden de
belangrijkste blessuregevoelige
situaties uit
de klassieke
ballettechniek besproken.
TURN-OUT
Een veel voorkomende oorzaak voor
het ontstaan van blessures is de
uitgedraaide positie van de voeten.
Het uitdraaien moet vanuit de heupen
gebeuren. Een danser die zijn voeten
uitdraait en dit niet waar kan maken in
zijn heupen, forceert zijn lichaam. De
knieën wijzen naar binnen terwijl de
voeten uitgedraaid zijn. De voeten
zullen hyperproneren en er ontstaat
een tibiale torsie. Wanneer de danser
niet werkt binnen zijn eigen straal van
uitdraai, kan dit de oorzaak zijn van
blessures aan de voeten, de knieën,
de heupen en de rug.
DEMI-POINTE
Wanneer een danser op zijn tenen
gaat staan moet de placering van de
voet en de enkel correct zijn om
onnodige spanning op de
ondersteunende en bewegende
structuren te vermijden.

De linker foto laat een incorrecte
positie in de demi-pointe zien.
De eversie veroorzaakt een grote
spanning op de longitudinale boog
en de hallux en zorgt voor een valgisatie
van de calcaneus.
Het meest rechts zien we de inversie
variant. In dans wordt dit sikkelen
genoemd. De inversie veroorzaakt
een enorme rek op de pezen en de
ligamenten aan de laterale zijde van
de voet.
Op de middelste foto is de correcte positie
te zien met de juiste placering van het
onderbeen. De tenen staan allemaal plat op
de grond en zijn in alignement met de
voorvoet. De voorvoet staat in een
rechte lijn met de middenvoet, de
achtervoet en het onderbeen.
FULL-POINTE
Net zoals bij de demi-pointe moet ook
nu de voet in een rechte lijn zijn met
het onderbeen. De leeftijd waarop met
spitzen begonnen kan worden
verschilt per danser en is afhankelijk
van zijn fysieke rijpheid. De voeten en
de enkels moeten sterk zijn. De
danser moet in staat zijn op eigen
kracht uit te draaien en de de turn-out
positie ook vast te houden.

Verder moet de danser stabiel zijn in
de romp en het bekken zowel bij het
staan op een been als bij staan op
twee benen. Een danser met
hypermobiele voeten loopt bij het
spitzen werk meer risico op het
ontwikkelen van blessures.

De linker foto laat een
danser met een
hypermobiele voet zien. Wanneer de
danser met de voet in deze positie op
de spitz zou gaan staan komen alle
kapsels en ligamenten op het dorsum
van de voet op spanning te staan want het
lichaamszwaartepunt valt voor de tenen.
Op de rechter foto is dezelfde voet afgebeeld
in de correcte positie. Een danser met dit
type voet kan pas veilig het spitzen
werk doen wanneer alle spieren van
de voet zo sterk zijn dat de voet in de
juiste positie blijft.
DE LANDING NA EEN SPRONG
Het risico op blessures bij het neerkomen na
een sprong is kleiner wanneer de danser goed
geplaceerd is.
PLIE
Simpel gezegd is een plié het buigen
van de knieën en het weer
opstrekken. Een danser die geen
correcte plié heeft kan problemen
krijgen aan de mediale zijde van de
knieën, de voeten kunnen gaan
hyperproneren en er kan een
vervlakking van het lengtegewelf
optreden.